Subcategorieën

  • Drumstel

    Een drumstel, of drum, is een verzameling slaginstrumenten die door één persoon, de drummer, bespeeld wordt. De opstelling bestaat uit een aantal trommels en bekkens (cimbalen): bass drum (4), snare drum (5), hi-hat (6),  crash cymbal (1) en 3 tomtoms (2 & 3).

    De bass drum heeft een voetpedaal en geeft de lage klanken. Onder het vel van de snare drum zijn metalen snaren gespannen. Hierdoor maakt de snare drum een scherp geluid. De hi-hat zijn twee cimbalen op elkaar die de drummer met zijn voet kan bewegen terwijl hij met zijn stokken slaat. De crash cymbal is een luid klinkende ‘vrijstaande’ cimbaal.

    De drummer speelt met drumstokken, voor een hard geluid, of kwasten, voor een zacht geluid. Een drummer moet vooral zijn handen & voeten los van elkaar kunnen bewegen, zónder de maat te verliezen natuurlijk !

     

  • Melodisch slagwerk

    De xylofoon (‘xylos’ betekent ‘hout’) is een muziekinstrument bestaande uit een reeks houten staven met verschillende afmetingen die de toonhoogte bepalen: de langste toetsen produceren de laagste tonen. Hoe korter de toets, hoe hoger de toon. De stokken hebben een harde kop van rubber of hout.

    In de volksmond noemt men nog instrumenten foutief xylofoon.

    Een vibrafoon bv heeft toetsen uit metaal ipv hout, met buizen die zorgen voor een trillende klank - in muziektermen vibrato (vandaar  ‘vibrafoon’). Er is ook een voet-pedaal om de klank te dempen.

     

     

    De buisklokken zijn een reeks buizen, die net als de toetsen op een piano zijn geordend. Met een hamer wordt aan de bovenkant van de buizen geslagen, die bovenaan gesloten zijn en onderaan open. Zo kan je bv. de kerkklokken nabootsen

    

    Het glockenspiel, bestaat uit twee rijen metalen staven en wordt met stokken bespeeld. De grootste toetsen klinken het laagst, de kleinste hoogst.

    Klein slagwerk

    De woodblock is een houten blok met een gleuf en heeft een sterkere indringende klank als je stok het midden raakt.

     

    Dan is er ook nog de koebel: een metalen hoekige bel zonder klepel maar waarop je met je stok moet slaan. Het werd voor het eerst als instrument gebruikt in het Alpengebied.

    D

    En dat zijn niet de enige belletjes die we gebruiken …

    Zo zijn er ook nog de sleigh bells, of sleebelletjes, en die komen ook in vele uitvoeringen

     

    is er ook nog de koebel: een metalen hoekige bel zonder klepel maar waarop je met je stok moet slaan. Het werd voor het eerst als instrument gebruikt in het Alpengebied.

    De temple blocks zijn gelijkaardig maar platter met een heldere holle klank. Ze worden meestal in reeksen op een houder gezet en komen oorspronkelijk uit China.

    En van de slee naar de zweep want zelfs dát zit in ons slagwerk, al is het geen échte

     

    We kunnen eigenlijk nóg meer voorbeelden van kleine percussie-instrumenten geven maar we laten het hierbij …

     

  • Pauken

    Een pauk is een keteltrom uit koper of kunststof van 50 tot 80cm breed. Over de ketel is een vel gespannen, vroeger  dierenhuid maar nu steeds vaker synthetisch.

    Door met een stok, een ‘mallet’, op het vel te slaan klinkt een bepaalde toon want pauken hebben wel degelijk een  toonhoogte. Die is afhankelijk van de spanning van het vel en de plaats waarop je het vel raakt.  De meeste moderne orkestpauken zijn uitgerust met een pedaal dat de velspanning regelt maar dit kan anders ook handmatig.

  • Het slagwerk van de wereld

    Er zijn ook heel wat instrumenten uit andere culturen die hun weg gevonden hebben naar het moderne slagwerk. Vaak zijn ze een beetje aangepast om makkelijk te hanteren.

     

    Spaanse castagnetten

      

    De gong uit Azië

     

     

     

    Vele van deze instrumenten kan je thuis eigenlijk zelf makkelijk namaken, om hetzelfde geluidseffect te bekomen.

    De claves zijn gewoon twee volle houten stokjes met een helder geluid als je ze tegen elkaar tikt.

    De maracas (sambaballen) geven een ruisend geluid als je ze traag beweegt en een droge tik als je  ze snel schudt en zijn typisch voor Zuid-Amerika.

     Shakers zijn er in alle maten, vormen en kleuren en van overal. Ze geven een ‘regen’ geluid bij traag en een pittig geluid bij rap schudden

    

  • Exotische trommels

     

     

     

     

     

     

     

    Niet alleen in het kleine slagwerk zitten zuiderse invloeden. Ook in het bij de trommels vinden we die terug.

    Conga’s zijn typisch voor Latijns-Amerikaanse muziek, hoewel ze waarschijnlijk Afrikaanse roots hebben. Ze zijn ton-vormig met een open bodem en een vel bovenaan..

    Bongo’s zijn kleine trommels ook afkomstig van Latijns-Amerika. Ze worden meestal per twee bespeeld en de ene trommel is vaak iets groter dan de andere.

     

    

     

     

      

     

     

  • Trommels

    Een kleine trom (Engels snare drum, Frans petit caisse) heeft een klankkast, een slagvel (boven) en een resonantie-vel (onder). Onderaan zit een snaarmat die voor het scherp geluid zorg, die kan je ook uitzetten voor een dof effect.

    De grote broer van de kleine trom is de paradetrom, vooral te zien bij marcherende orkesten. Doordat deze variant een diepere ketel heeft, maakt hij meer volume en is dus beter geschikt voor open lucht. De klankkleur is wel minder scherp.

    Een grote trom heeft een doorsneden van 1m en is 0,5 m hoog. Men bespeelt de ‘grosse caisse’ (de veelgebruikte Franse benaming) met een korte zachte stok. Binnen staat hij in een statief maar bij stapconcerten wordt de hij met een harnas voor de buik gedragen, vaak in een iets kleinere maat.