Subcategorieën

  • Trompet

    De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere en vrij doordringende toon. De klankbuis heeft drie ventielen die de buislengte in een aantal combinaties kunnen verkorten of verlengen.  Zo kan je dan de toonhoogte aanpassen, bepaalde vingerzettingen zullen de toon doen verhogen, andere ventielencombinaties laten de toon verlagen.

     

    Een trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt, en wordt daarom tot het scherp koper gerekend. Pas op helemaal op het einde gaat de buis over in een trechtervormige beker. Ook het mondstuk, waarin je de lucht blaast en geluidstrillingen creëert, heeft een trechtervorm.

  • Bugel

    De bugel of flugelhorn is een belangrijk instrument in fanfares. De vorm van de bugel lijkt op die van de trompet, ook met een klankbuis en een ventielhuis. Maar de buis van een bugel is conisch en wordt dus geleidelijk aan breder naar het einde toe. Bovendien heeft een bugel ruimere bochten dan een trompet, waardoor de klank zachter en ronder is. Hij is daardoor ook een beetje hoger en minder lang en heeft in totaal 1,3m klankbuis

    De bugel is uitgevonden door Adolphe Sax, ook  ontwerper van de saxofoon, net omdat hij een trompet-achtig instrument wou maar met een        warmere sound. Het mondstuk van een bugel is eerder ‘ketel-vormig’.

    ugel is uitgevonden door Adolphe Sax, ook   ontwerper van de saxofoon, net omdat hij een   trompet-achtig instrument wou maar met een   warmere sound. Het mondstuk van een bugel is   eerder ‘ketel-vormig’.

  • Trombone

    De trombone wordt in de volksmond ook wel ‘schuiftrompet’ genoemd maar deze benaming klopt eigenlijk niet. Een trombone lijkt misschien wat op een uit de kluiten gewassen trompet en behoort ook tot het scherp koper maar het is een volledig ander instrument.

    Een trombone bestaat in grote lijnen uit drie onderdelen: een ketelvormig mondstuk, dat steekt in een lange cilindrische metalen u-vormige uitschuifbare buis (de coulisse). De klankbuis mondt uiteindelijk uit in de klankbeker.  Door het uitschuiven van de coulisse kan de je de buislengte verkorten of verlengen, waarmee je dus ook de toonhoogte verandert naar hoger of lager.

  • Tuba

    De tuba is de naam voor een koperblazer in het lage register, de grootste van de koperblaasinstrumenten dus.

    De gewone tuba of tenortuba heeft ook nog twee zéér gelijkaardige broertjes nl. de bariton en de euphonium maar die lijken zodanig goed op elkaar dat die namen vaak door elkaar gebruikt worden.

    De bastuba, de grote zware broer van de gewone tuba, kan tot dubbel zo lang zijn en klinkt dan ook nog een pak lager. De tuba's spelen meestal de melodie of tegenzang. De bastuba's spelen natuurlijk de diepe baslijn.

    Omdat de bastuba zo omvangrijk en log is, werden er varianten gemaakt die makkelijker rond het lichaam te dragen zijn: de bombardon en de sousafoon.

  • Alto

    De althoorn, kortweg alto, is een koperblaasinstrument met overwegend conische buizen, zoals de tuba en de bugel.

    Het heeft een diep mondstuk in de vorm van een kom of trechter. De alto's buizen en mondstuk produceren een zachte, ronde toon, die vaak gebruikt wordt ter onder-steuning van de melodieën van bv. de trompet of bugel.

    Ook vullen ze de leemte boven de tuba’s, trombones en bas.

    De alto wordt in verschillende vormen gemaakt: de meest voorkomende is een soort mini-tuba,ook met de beker naar boven. Daarnaast zijn er ook meer verfijnde modelletjes met beker naar voren (naar het publiek) gericht.

  • Hoorn

    Tegenwoordig kennen we de (Franse) hoorn in het orkest maar vroeger werd er vooral bij de jacht en in de strijd gebruik van gemaakt. Hoorns werden toen gebruikt om signalen door te geven, zoals ook de posthoorn, en bestonden uit een simpele klankbuis zonder meer. De moderne hoorn heeft 3 ventielen, maar vaak 4 of zelfs 5.

    Een enkele hoorn draait éénmaal rond, een dubbele hoorn uiteraard tweemaal. Er bestaat zelfs een triple hoorn maar die is zeldzaam. De buis wordt steeds breder om in een grote klankbeker te eindigen. Het instrument weegt dus vlug 3 à 4 kg en de hoornist heeft beide handen nodig: linkerhand op de ventielen om te spelen, rechter-hand in de beker voor steun. Het kegelvormig mondstuk is erg smal.